terug naar:  www.jankraak-taichitao.nl
 
Ademhaling en hyperventilatie en Tai Chi Tao

Het wegnemen van de oorzaak

 

Begin nooit direct met ademoefeningen. Verander je houding, ontspan, en door een lossere houding en oefeningen om je buikgebied soepeler te maken, los je de oorzaak op

Als je ademproblemen hebt dan hoef je in tai chi tao niet direct ademoefeningen te leren.

Hoe doen we het in Tai Chi Tao? Op een ongedwongen, zelfs speelse manier, gaan we eerst het bekkengebied losmaken en de lichaamshouding verbeteren. Als je daarmee klaar bent dan zakt de ademhaling, die veel te hoog zit, vanzelf weer terug in je buikgebied. Als het in je buikgebied allemaal gespannen zit en je ademt door een gespannen houding hoog vanuit je borst, dan is het onlogisch direct een buikademhaling aan te leren. Ademen moet weer een natuurlijk proces worden en blijven. Daarom moet je nooit een buikademing mechanisch aanleren.

Ademhaling is een vanzelfsprekend iets. Als je slaapt adem je rustig door. Je staat er nooit bij stil hoe het werkt. Totdat je er problemen mee krijgt: een te zwakke adem, kortademigheid, snelle ademhaling in een rustpositie, benauwdheid, hyperventilatie. Als alles goed is, dan hoef je niet aan je ademhaling te denken. Als je bijvoorbeeld een mooie boek leest of een priegel-werkje doet, dan adem je ineens te oppervlakkig of te zwak. Soms merk je dat je bijna niet ademt, maar je lichaam/zenuwstelsel merkt het wel. Er komt ineens een zucht: een diepe inademing met een flinke ontspannende uitademing. Een zucht van verlichting als correctie om het evenwicht te bewaren.

Behalve een zucht is geeuwen ook een correctie. Je ademproces is flexibel en past zich aan in alles wat je doet. Je hoeft er niet bij na te denken. Maar door allerlei omstandigheden kan je natuurlijke ademhaling worden verstoord. Een flexibele aanpassing is er dan niet meer. Het is net als ineens alles averechts werkt. Het geeft een negatieve weerslag op je totale gezondheid.

Hyperventilatie

Bij hyperventilatie is je uitademingscapaciteit te zwak. Je ademt teveel en vaak te snel in en te weinig uit. Hyperventilatie is dus een toestand waarin je uitademing te zwak is. Je krijgt dan teveel zuurstof binnen, meer dan je lichaam op dat moment kan verwerken. Daardoor ontstaat er een tekort aan koolzuurgas. Daaraan gaat natuurlijk wel het een en ander aan vooraf: spanning en angst. Spanning en angst vernauwt de bloedvaten, versnelt de ademhaling, jaagt je op, veroorzaakt hartkloppingen en verstoord de bloedcirculatie. Van het een komt het ander.

Bij een aanval van hyperventilatie kun je in een papieren- of plasticzak in en uitademen en het beetje uitgeademende koolzuurgas dus weer inademen om het tekort zo weer aan te vullen. Maar dat is natuurlijk symptoombestrijding. Mij hebben ze ook wel eens gevraagd om ademtechnieken om als je een aanval voelt aankomen te onderdrukken. Die tip geef ik nooit. Want het neemt de oorzaak van het ademprobleem niet weg.

Natuurlijk proces

Hoe krijg je hyperventilatie? Hoe krijg je ademproblemen? Daarom moet je weten wat de ademhaling in feite doet. Het ademen zorgt voor levenskracht. Ademen vitaliseert of geeft je rust. Ademen is een proces om levenslucht op te nemen en gassen weer uit te stoten. Het is een wisselwerking. Na het inademen neem je chi op en bij het uitademen gaan de afvalgassen naar buiten. Het is een wisselwerking. Bij dit proces wordt het bloed gebruikt voor het vervoer van zuurstof. De ademhaling moet een vanzelfsprekend iets zijn. Als organisch proces regelt de ademhaling zichzelf. Het ademen wordt beheerst door het autonome en het onwilligkeurig zenuwstelsel.

Als je tegen de wind in moet fietsen, of de trap op en neer loopt, dan past de ademhaling zich aan en begin je te hijgen om meer zuurstof op te nemen om die arbeid te kunnen verrichten. Stop je met die inspanning dan is bijvoorbeeld na 10 seconden het hijgen over.
Maar?de ademhaling kan worden be?nvloed door bijvoorbeeld emotionele situaties. Een mens staat bloot aan allerlei invloed van buitenaf en dat kan doorwerken op je gemoedstoestand. Invloeden die op je inwerken zijn onder anderen: vreugde, droefheid, zorgen, gezinsomstandigheden, trauma's, werkomstandigheden en ontwikkelingen in de samenleving.

Onder invloed van energie

Ook weersomstandigheden en kosmische invloeden werken op je in. Als het flink koud is loop je te rillen en blijf je liever bij de kachel. Als het te lang regent mopper je en heb je het over vies weer. Als de zon lekker schijnt ben je in een goed humeur, maar als het snikheet is loop je weer te mopperen. Soms werken de invloeden heel sluipend en heel subtiel op je in, soms heel heftig. Ook voeding is van invloed. Voedsel is energie, brandstof voor je lichaam en geest. Te weinig of slecht voedsel vertoort de weerstand. De kwaliteit van ons voedsel is door bewerking, ontkrachting en toevoeging van allerlei stoffen een zwakke en vuile energie geworden. Ook dat heeft invloed op je ademhaling en je gemoedstoestand.

Ook de manier waarop je leeft en hoe je beweegt, gespannen, stressig of ontspannen, heeft invloed op je ademhaling. Het ademcentrum (het autonome zenuwstelsel) kan ondanks zijn autonomiteit dus toch be?nvloed worden. Het kan deels ook be?nvloed en verstoord worden door het willekeurig zenuwcentrum: zo kunnen bijvoorbeeld spieren, pezen, gewrichten, maar ook gedachten en emoties de ademhaling be?nvloeden. Er is sprake van een onderlinge afhankelijkheid.

Niet alleen actie

Het lichaam bestaat uit meer dan alleen spieren en longen. Het is een misverstand dat je door alleen actie en zweet een goede conditie krijgt. Enkele voorbeelden. Ik kreeg een telefoontje uit Rotterdam van een man die hyperventilatie had. Hij snapte er niets van dat hij ademproblemen had gekregen, want hij was een verwoed wielrenner met een goede conditie. Hij vergat de andere factoren, zoals emoties, stress, werkdruk enzovoort.

Een man uit Hoogeveen, toevallig ook wielrenner, meldde zich bij me met eveneens hyperventilatie.
In dezelfde maand kwam er een voetballer bij. Een vrouw van 32 jaar uit Hoogerheide belde mij. Zij had al circa 8 jaar last van hyperventilatie. Dat wist ze pas 3 jaar. De jaren daarvoor kon haar huisarts er niet achter komen wat ze precies mankeerde. Hij besloot haar te laten onderzoeken. Conclusie hyperventilatie. De behandeling: ademoefeningen onder leiding van een fysiotherapeut die haar ook op een hometrainer zette. Zij moest er uit halen wat ze kon en ze moest ook elke dag 200 tot 300 meter hard lopen. Dat zou haar longen sterker maken.

Het hielp allemaal niets, vertelde zij. Als zij er iets van zei werden haar twijfels weggewimpeld. Haar gevoel zei dat ze met een verkeerde methode bezig was. Inderdaad. In de Westerse denktrant wordt er van uitgegaan dat je ademoefeningen moet doen om de ademhaling onder controle te krijgen, dus inademen en buik uitzetten en uitademen en buik intrekken. Omdat ze door hyperventilatie was verzwakt dacht men dat ze maar moest hardlopen en op de hometrainer moest trainen. Dat zou haar conditie opvijzelen. Het is een conclusie die prestatiegericht is en een gevolg van de westerse manier van leven. Constante actie is echter tegennatuurlijk. Zowel bij astma als bij hyperventilatie krijgen de longen teveel vuur. Inspanning is ook vuur (yang) en je moet nooit vuur bij vuur doen.

Natuurlijke weg

Als je lichaam gespannen is zit ook je buikgebied te strak. Als je direct begint met buikademhaling ben je dwangmatig bezig. Je leert niet alleen op een mechanische wijze te ademen maar je probeert ook een buikademhaling te forceren in het gebied dat vast zit. Daarom moet je niet direct met ademoefeningen beginnen, maar met het verandering van de houding en het losmaken van het buikgebied. Als je houding weer ontspannen is zakt de ademhaling die te hoog zit vanzelf weer terug in je buik waar nu ruimte in is gekomen.

Dan begin je speels met het vergroten van de uitademing. Want bij hyperventilatie adem je teveel in en te weinig uit. Je uitademingscapaciteit is te zwak. Speels en ongedwongen. Als je meteen met ademoefeningen begint is dat zeer belastend, want alleen al de aandacht op de ademhaling en het sturen met je buik maakt de hyperventilant zenuwachtig en angstig. Alleen bij het woord 'ademhaling'wordt men al paniekerig. Veel hyperventilanten kampen ook met een fobie en durven vrijwel nergens meer naar toe. Hun gedachte is 'als ik daar maar geen aanval krijg'. Door die angst wordt ook vaak kalmeringstabletten voorgeschreven. Ook dat neemt de oorzaak niet weg. Om maar te zwijgen over de bijwerkingen.

In tai chi tao leren de deelnemers ongedwongen anders te bewegen en te staan, losjes, knikje in de knieŽn die ook weer losjes bewegen. Het lichaam is minimaal zacht in beweging. Spanning kan daardoor worden afgevoerd en spanning krijgt geen kans om zich ergens te nestelen want je golft het er weer uit. Het is een gevoel van drijven, van het dobberen op water en het meegaan met de golfbeweging, zonder eigen inspanning. Het water draagt je. Je bent zo licht als een kurk op het water. Bovendien als je de kurk onder water duwt floept hij zo weer omhoog. Wees als een kurk op het water.

Na dit soort oefeningen, waarbij nog niets is gedaan met de ademhaling, gaan we speels de uitademcapaciteit vergroten. Want mensen met hyperventilatie ademen meer in dan uit en ze ademen te vlug in een rustpositie. Hierdoor krijgt men meer zuurstof binnen dan het lichaam kan verwerken. Daarom gaan we in tai chi tao eerst bezig met ontspanning en het losmaken van het bekkengebied. Dan zakt de ademhaling, die veel te hoog zit, op een natuurlijke manier weer naar de buik.

Je kunt namelijk moeilijk de buikademhaling terugbrengen in een gebied dat strak en gespannen staat. Na het ontspannen en losmaken gaan we speels en op een leuke wijze korte uitademingsoefeningen toepassen. Ze hebben er lol aan om het te doen. Zonder er bij na te denken vergroten ze hun uitademingscapaciteit en dat harmoniseert weer de in - en de uitademing.

Metamorfosis Anouk van Zoest

Jan Kraak


 


15 augustus 2005
Jan Kraak

 
Pagina Afdrukken
Terug naar boven